Definition of "kant" []

  • Immanuel (ɪˈmaːnueːl). 1724–1804, German idealist philosopher. He sought to determine the limits of man's knowledge in Critique of Pure Reason (1781) and propounded his system of ethics as guided by the categorical imperative in Critique of Practical Reason (1788) (noun) (c) HarperCollins Publishers Ltd 2016

Use "kant" in a sentence
  • "[The word kant in Russian means a kind of braid or piping.] on the collars of our engineers!"
  • "(Or at least, y kant Al reed past the furst paragraf?)"
  • "Aan de andere kant, waarom moeten mensen hierover weten?"
  • "Maar goed, aan de andere kant snap ik wel dat mensen nieuwsgierig zijn."
  • "Aan de ene kant kan het wel leuk zijn, als het op een beetje een positieve manier gebeurt."