Definition of "maar" [maar]

  • (noun) A flatbottom, roughly circular volcanic crater of explosive origin that is often filled with water.
  • (noun) a coneless volcanic crater that has been formed by a single explosion

Use "maar" in a sentence

  • "Sonder om daarby uit te kom, bly die risiko dat die misdaad gestraf word maar nie die (regte) misdadigers nie."
  • "Dan heeft ze 1. haar diploma, 2. meer levenswijsheid, 3. alle vrijheden die ze maar wil."
  • "De reden dat alles nu moet is het mediaspectakel dat een record heet, maar als het Laura's passie en droom is, dan moet zo'n record er naar mijn idee niet toe doen."

Words like "maar"

SUBSCRIBE TO WORD OF THE DAY